30 meldingen van mensenhandel in grote niets verdwenen
Gemeente Alkmaar schuift ‘hete aardappel’ door naar politie
30 meldingen van mensenhandel – toch een ernstig misdrijf – zijn in het grote niets verdwenen. Althans volgens de gemeente Alkmaar. Het wob-verzoek van Frans Snel is opnieuw afgewezen. De kamerverhuurder op de Achterdam is met de van-kastje-naar-de-muurtactiek verwezen naar de politie, die al meteen laat weten meer tijd nodig te hebben voor beantwoording.
Burgemeester Piet Bruinooge stuurt in maart 2011 een brief aan de Tweede Kamer over de wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche: ‘Eind 2010 zijn onze baliemedewerkers getraind op het signaleren en melden van uitbuiting. Een dertigtal meldingen binnen drie maanden laat zien dat deze gemeentelijke medewerkers, die dagelijks contact hebben met Oost-Europese migranten, in staat zijn om signalen van uitbuiting te herkennen’.
Frans Snel wil het zijne weten van die gevallen van uitbuiting en vrouwenhandel. Zodat hij en zijn collega’s kunnen helpen deze misstanden in de prostitutiebranche in het algemeen en de Achterdam in het bijzonder te bestrijden en te voorkomen. Snels advocaat verzoekt daarom in mei 2015 de gemeente, via de wet openbaarheid van bestuur (wob), om alle e-mails en andere stukken waar de 30 binnengekomen meldingen schriftelijk in zijn verwerkt en die onder meer inzicht verschaffen over de afkomst van de meldingen.
Gedonder
Ook wil hij documenten zien waaruit blijkt of de gemeentelijke medewerkers meer meldingen hebben geregistreerd. En tenslotte wil de raadsman de notulen van vergaderingen dan wel besprekingen waarin het bestuur of ambtenaren het onderwerp hebben besproken en de daaruit voortvloeiende besluiten. De ondernemer Snel kent echter zijn pappenheimers en waarschuwt, nog voordat het wob-verzoek de deur uit is: ‘De gemeente maakt geen documenten openbaar, waarvan ze weten dat het gedonder gaat geven. Want alles wijst er op, dat ze uit de dikke duim zijn gezogen.’
Snel krijgt gelijk. Alkmaar geeft de gevraagde documenten niet vrij. In juni wordt het verzoek afgewezen. De argumenten lijken vergezocht: ‘De meldingen bestonden niet altijd bestonden uit schriftelijke stukken. Voor zover dat wel geval was in de vorm van e-mails van medewerkers aan een daarvoor ingericht meldpunt buiten de gemeente zijn deze niet meer beschikbaar binnen de gemeente’.
In augustus tekent Snel bezwaar aan. In oktober mag hij, vergezeld van twee advocaten, in een hoorzitting aan ambtenaren uitleggen wat het probleem is. Uiterlijk 24 november moet de gemeente een beslissing nemen. Dat doet ze pas op 15 december, na een officiële ingebrekestelling en de dreiging van betaling van een dwangsom van 1250 euro.
Ook het bezwaar wordt afgewezen. Want: ‘De e-mails (over de meldingen, AR) bevinden zich niet meer in de mailbox van de baliemedewerkers. Daarnaast is er geen back-up gemaakt van deze gegevens beschikbaar. (…) De gemeente beschikt niet meer over het juiste systeem en de juiste software om dit te doen. De verwijderde e-mails kunnen dus niet meer achterhaald worden.’
Verantwoordelijkheid
Bruinooge, die de afwijzing ondertekent, schuift de gloeiend hete aardappel meteen door. Naar de politie: ‘Het meldpunt betrof een e-mailadres bij de politie NHN. De politie beheert het meldpunt en is verantwoordelijk voor eventuele opvolging van die meldingen voor zover dat strafrechtelijke handhaving betreft. (…) De meldingen betroffen meldingen van baliemedewerkers van de gemeente aan het meldpunt. Indien een persoon aan de balie verscheen, bijvoorbeeld voor inschrijving of een paspoort, waarvan bij baliemedewerkers een vermoeden van een mogelijke misstand ontstond, konden zij dit doorgeven aan het meldpunt. De politie is verantwoordelijk voor de opvolging van de melding door middel van onderzoek.’
Dat ‘de verantwoordelijkheid’ zowel in de tweede als de laatste zin wordt gelegd bij de prinsemarij, geeft wel aan hoe graag de gemeente van Snel af wil. Hoewel hij geen enkel vertrouwen heeft dat de politie wel gaat vertellen wat voor meldingen dat waren en of een of meer ‘vermoedens van een mogelijke misstand’ – hoeveel slagen om de arm kun je maken? – stuurt hij op 31 december aangetekend een wob-verzoek aan de politie.
Snelheid kan ze op het hoofdbureau, tegenwoordig in Haarlem, niet worden ontzegd. Maandag, 4 januari, wordt Snel al meegedeeld dat ‘vanwege de complexiteit en/of reikwijdte’ van zijn verzoek niet kan worden gereageerd binnen de wettelijke termijn van vier weken die ook in het verzoek is gemeld. De politie maakt gebruikt van de mogelijkheid om de beslissing op zijn verzoek ‘met vier weken te verdagen’.
Zal dan eind februari meer duidelijk worden? Frans Snel is niet hoopvol: ‘Maar als ze denken dat ze met tijdrekken en traineren ver komen, moet ik ze teleurstellen. Ik mag dan 73 jaar zijn, ik geef nooit op.’